De gewoonte
Bijvoeglijke naamwoorden zijn geen eigenschappen.
‘Onkraakbaar’, ‘bankenniveau’, ‘militaire standaard’: niets daarvan is meetbaar. Het zijn stemmingen. Ze zeggen welk gevoel je bij een product moet krijgen, in plaats van te beschrijven wat het doet.
Erger nog: ze wekken verwachtingen waaraan niemand kan voldoen. Alles kan falen: een ontwerp kan zwakke plekken hebben, een implementatie kan fouten bevatten en iemand kan ertoe worden overgehaald een wachtwoord prijs te geven.
Daarom beschrijven we hoe het werkt. Je smartphone versleutelt de kluis. De kaart slaat het resultaat op. Het wachtwoord wordt nergens opgeslagen. Als je het vergeet, kan niemand het herstellen. Elk van deze uitspraken is te controleren. Daar gaat het precies om.
Hetzelfde feit, twee formuleringen.
Versleuteling
- Gebruikelijke formulering
- ‘Onkraakbare versleuteling volgens militaire standaard.’
- Wat wij schrijven
- ‘Je smartphone versleutelt de kluis voordat die op de kaart wordt geschreven.’
Privacy
- Gebruikelijke formulering
- ‘Jouw privacy heeft voor ons de hoogste prioriteit.’
- Wat wij schrijven
- ‘Er is geen account en we ontvangen je kluis nooit.’
Herstel
- Gebruikelijke formulering
- ‘Verlies nooit meer de toegang.’
- Wat wij schrijven
- ‘Als je het wachtwoord vergeet, kan de kluis niet worden geopend. Bewaar drie kaarten.’
Vertrouwen
- Gebruikelijke formulering
- ‘Duizenden mensen vertrouwen ons.’
- Wat wij schrijven
- Niets. We gaan geen cijfers voor je verzinnen.
Zeg wat het doet.
Zeg wat het niet doet.