Opties
Waar een kaart terechtkan.
-
I
### Je portemonnee
Altijd bij je en eenvoudig te gebruiken. Maar je raakt hem ook het snelst kwijt of hij wordt gestolen. Goed voor de kaart die je daadwerkelijk gebruikt.
-
II
### Thuis, niet voor de hand liggend
Niet in de bureaulade. Een doos tussen andere dozen, een boek in een volle boekenkast. Doorstaat de meeste inbraken, maar geen brand.
-
III
### Een bankkluis
Uitstekende bescherming tegen brand, diefstal en jezelf. Minder handig als je de kaart op een zondag nodig hebt.
-
IV
### Iemand die je vertrouwt
Ruimtelijk gescheiden en in geval van nood veilig. Zo goed als jouw inschatting van die persoon en diens eigen gewoonten.
-
V
### Op je werk of in een tweede woning
Praktisch dichtbij, maar de toegang kan van de ene op de andere dag veranderen als een arbeids- of huurrelatie eindigt.
De regel
Verschillende risico’s, verschillende plekken.
Het nut van drie kaarten is niet redundantie omwille van de redundantie, maar bescherming tegen verschillende soorten verlies. Een brand, een inbraak en een verloren jas zijn onafhankelijke gebeurtenissen; bij een brand bieden drie kaarten in dezelfde woning niet meer bescherming dan één kaart.
Kies plekken die om onafhankelijke redenen kunnen wegvallen en bewaar op geen van die plekken het wachtwoord samen met de kaart.
Drie plekken,
die om verschillende redenen kunnen wegvallen.